Ghanese Schilderstreken
De ontwikkeling van beeldend kunstenaars in Ghana
- door Rhoda Woets
Kunstschilder Wisdom Edinam Kudowor schudt even met zijn hoofd. Ik vroeg hem hoe er bij zijn laatste bezoek aan Nederland gereageerd werd op het feit dat hij moderne kunst maakt waaraan veelal niet valt af te lezen dat het werk door een Afrikaan is gemaakt. In zijn atelier in Accra - waar het aan een ventilator ontbreekt- slaat de Ghanese hitte op ons neer. Wisdom Kudowor, alias WIZ, lijkt geënspireerd te zijn geweest door de tropische temperaturen in zijn atelier bij het schilderen van een serie doeken die tegen de wand staan. Driven by ecstasy heet de serie waarop een abstract geschilderd liefdespaar wordt verbeeld waarvan de zweetdruppels in het rondspatten. WIZ vertelt hoe het westerse publiek vaak verbaasd reageert wanneer ze erachter komen dat de kunstenaar die achter de kleurige semi-abstracte schilderijen schuilgaat, een Afrikaan blijkt te zijn. Hoewel de situatie de afgelopen tien jaar sterk is verbeterd, wordt Afrikaanse kunst door veel kunstliefhebbers en galeriehouders nog steeds geassocieerd met houten beelden en maskers. Dat er ook Afrikaanse kunstenaars bestaan die veelal een kunstopleiding aan de universiteit hebben gevolgd en in hun werk refereren aan recente ontwikkelingen in het internationale kunstcircuit is vrij onbekend.

Het verhaal van WIZ vormt geen uitzondering. Ghanese schilders en beeldhouwers die in eigen land in hoog aanzien staan, hebben vaak moeite om zich in het mondiale kunstcircuit een plaats te veroveren. Sommige talentvolle straatkunstenaars die het beeld van Afrika bevestigen als zijnde een primitief, exotisch continent doen het een stuk beter. Zo verschenen de afgelopen jaren overal de kleurige schilderijen op hardboard van de signwriter Almighty God. Ook de Ghanese doodskisten in de vorm van een kip, vliegtuig, mobiele telefoon of bierfles mochten in het westen op veel belangstelling rekenen. In Ghana worden deze kunstenaars als ambachtslieden gezien.

Het begrip "kunstenaar" zoals wij die in het westen kennen is echter geen nieuw fenomeen in Ghana. De grand old men van de Ghanese moderne kunst waren al voor de onafhankelijkheid actief. De werken die deze kunstenaars maakten, paste in het nationalistische gedachtegoed van de eerste president Kwame Nkrumah.

Hedendaagse kunstenaars waren volgens hem de aangewezen personen om een nationale identiteit te creŽren. De staat gaf kunstenaars daarom opdracht om portretten, mozaëeken, beelden, muurschilderingen en nationale symbolen te vervaardigen. Ook werden er werken aangekocht om overheidsgebouwen mee op te sieren. Een van de belangrijkste kunstenaars uit die periode is Kofi Antubam die de deuren van het parlementsgebouw ontwierp en ook drie staatszetels die geënspireerd waren op Afrikaanse "traditionele" vormen en symbolen. Zo heeft een van de zetels de vorm van een stoel voor een chief en is hij rijkelijk bedekt met adinkrasymbolen[i]. Ook de nieuwe president John Kuffuor nam tijdens zijn inauguratie plaats op deze zetel.

Een van de grootste kunstverzamelaars in Ghana vertelde hoe hij in de jaren '50 tekenles kreeg van de beroemde kunstenaar Kofi Antubam. Als jongen van veertien was hij gewoon cowboys, indianen en Romeinse soldaten te tekenen. Antubam verbood zijn leerlingen echter dingen te schilderen die on-Afrikaans waren. Hij schreef onderwerpen op het bord waar de leerlingen uit konden kiezen, zoals "chiefs" of "vissers". Toen een klasgenoot trots een Engels landschap liet zien was Antubam woedend. Hij schreeuwde: "Waar denk je dat je bent, in Engeland?" De tekening werd vervolgens verscheurd.

Deze anekdote geeft weer welke ommekeer er had plaatsgevonden. Voorheen was het een compliment om oboruni (blanke) genoemd te worden. Nu moesten Ghanezen trots zijn op hun eigen cultuur en zich losmaken van Europa. De afbeeldingen die kunstenaars schilderden bestonden daarom uit taferelen van het Afrikaanse dorpsleven waar iedere Europese invloed uit weggelaten was. Kunstenaars schilderden vrouwen met potten op het hoofd, chiefs en vissers.

Er werd gewerkt in een realistische stijl. Kunstenaars claimden dat zij net als westerse kunstenaars recht hadden op een realistische beeldentaal. Ook op de kunstacademie in Kumasi werden studenten geleerd om in realistische stijlen te werken. Dit kwam voort uit het feit dat de opleiding was opgezet naar Engels model.

Er waren ook kunstenaars die er voor kozen om in een abstracte stijl te werken. Kunstenaars wilden echter niet letterlijk de abstracte vruchtbaarheidsbeeldjes kopiŽren die hun voorouders op het platteland hadden gemaakt. Zij wilden een eigen Afrikaanse identiteit creŽren door "traditionele" vormen verder te ontwikkelen. De beroemde schilder Kobina Buckner die in zijn schilderijen gebruikmaakte van abstracte vormen uit de Afrikaanse beeldhouwkunst drukte dit zo uit:

"De huidige generatie heeft de eervolle taak om al het mooie uit onze cultuur te laten herleven en te bewaren voor toekomstige generaties...De oefening om het verleden te doen herleven in de toekomst, combineert het oude en eerbiedwekkende verleden met het nieuwe, verfrissende heden".

Van bekende westerse symbolen werd een Afrikaanse remake gemaakt. De beroemde beeldhouwer Vincent Kofi maakte een beeld van Christus die weinig opheeft met het lijdende figuur zoals die in het westen bekend is. Jezus is een krachtige, grote zwarte man met voeten die gemodelleerd zijn naar de poten van een olifant. Zijn platte hoofd en de lange geringde nek maken onderdeel uit van het schoonheidsideaal van de Akan[ii].

Met het ineenstorten van het bewind van Nkrumah in 1966 kwam een einde aan de nauwe verbondenheid tussen kunstenaars en de staat. Militaire en burgerlijke regimes wisselden elkaar in hoog tempo af totdat vliegenier luitenant Jerry Rawlings in de jaren '80 enige politieke stabiliteit bracht. De notie van een gedeeld cultureel verleden vormgegeven in een nationale "Afrikaanse" stijl verloor voor veel kunstenaars zijn betekenis. Het propageren van een zwarte Afrikaanse identiteit was een culturele constructie die kunstenaars beperkte in hun vrijheid van expressie. Sommige kunstenaars begonnen zich af te zetten tegen het idee dat westerse invloed en modernisering Afrika minder Afrikaans zouden maken. Bovendien hadden deze kunstenaars opgemerkt dat scŤnes van chiefs en het dorpsleven door buitenlanders geassocieerd werden met onderontwikkeling en traditie. Wilden Ghanese kunstenaars serieus worden genomen in de internationale kunstwereld, dan moesten zij zich op nieuwe thema's gaan richten.

Een van deze vernieuwers in de Ghanese kunstwereld was de kunstschilder Ato Delaquis. Hij begon in de jaren '70 met het afbeelden van stadsmarkten, kleurige bussen en disco's vol dansende en bierdrinkende Ghanezen. De trend om het leven in de stad te verbeelden werd door steeds meer kunstenaars overgenomen. Ook kwamen er kunstenaars die niet zover gingen dat ze bars en disco's schilderden maar die toch afweken van de cultural statements uit de jaren '50 en '60. Zo werden marktvrouwen steeds vaker in de stad afgebeeld in plaats van in een dorp. In de jaren '90 verschenen de eerste schilderijen waarop je marktvrouwen mobiel kon zien telefoneren. In plaats van traditionele hoornblazers werden er zwarte jazzmuzikanten afgebeeld. Voorzichtig en op kleine schaal werd er steeds openlijker kritiek gegeven op de armoede en hoge werkeloosheid in Ghana.

De economische omstandigheden werden steeds beter, wat gunstig uitpakte voor de kunstwereld. Door de groei van het toerisme in de jaren '90 gingen hotels exposities organiseren en kochten zij werken aan voor de hotelkamers. Ook bedrijven gingen in kunst investeren. Steeds meer galeries openden hun deuren. De grootste en bekendste galerie op dit moment is de Artist Alliance, die gerund wordt door de beroemde Ghanese kunstschilder Ablade Glover. Daarnaast groeide de belangstelling uit het buitenland voor hedendaagse Afrikaanse kunst. Kunstenaars kregen steeds vaker de gelegenheid om in de Verenigde Staten, Europa en Japan te exposeren. Door al deze ontwikkelingen ontstond er in een Ghana een bovenlaag van kunstenaars die kunnen leven van de verkoop van hun werk.

De ontwikkeling waarin kunstenaars niet langer uiting wilden geven aan een zwarte Afrikaanse identiteit zette zich voort. Vandaag de dag zien kunstenaars zichzelf in de eerste plaats als kunstenaar en niet als Afrikaan. Beeldhouwer en schilder Kofi Setordji maakt schilderijen en beeldhouwwerken met een universele boodschap. "Ik ben in de eerste plaats een mens. Dat is mijn enige onveranderbare identiteit. Ik kan mezelf veranderen in een Afrikaan, een Fransman of een Engelsman. Dat is slechts een formaliteit, een kwestie van een paspoort. Je kan altijd je nationaliteit veranderen, je sociale identiteit. Maar ik kan niet veranderen dat ik een mens ben". Terwijl kunstenaars voorheen "Afrikaanse" werken schilderden, benadrukken kunstenaars nu dat hun werk universeel is. De kleurrijke en beweeglijke schilderijen van Agorsor verbeelden veelal zijn eigen leven als muzikant. Muziek ziet Agorsor als een universeel thema. "Ik beperk mezelf niet tot een stijl. Mijn werk is universeel. Soms schilder ik iets waarvan mensen zeggen: dat is het werk van een blanke. Maar dan zeg ik; nee dat ben ik".

De diverse stijlen waarin kunstenaars werken, zijn niet langer een uiting van een groepsidentiteit maar van persoonlijke ideeŽn en filosofieŽn. Zo heeft de kunstschilder Glen Turner een filosofie ontwikkeld waarin het idee centraal staat dat Afrika niet langer afhankelijk moet zijn van het westen, maar een eigen richting op moet slaan. Omdat Afrikanen niet meer weten wie of wat ze zijn, zouden zij eerst terug moeten naar het verleden om hun erfenis van een afstand te bekijken en het westen daarbij even te vergeten."Het zou stom zijn om het wiel opnieuw uit te vinden. Maar door het wiel opnieuw uit te vinden krijg je de technologie en now how in je hersens. Dan kan je doen wat je wil met het wiel. Zelfs stilstaan", aldus Glen Turner. Om terug te keren naar zijn roots, schildert Turner op abstracte wijze adinkrasymbolen, maskers en kentestoffen[iii].

Door de opening van de markt gingen kunstenaars een breder scala aan onderwerpen afbeelden. Bovendien werd in de stedelijke samenleving de moraal wat vrijer waardoor kunstenaars onderwerpen die gevoelig liggen in de Ghanese samenleving zoals religie of seksualiteit als thema voor hun werk kozen. Kunstenaars werden tevens beënvloed door de ervaringen die zij opdeden op buitenlandse reizen. Larry Otoo is een succesvol schilder die regelmatig exposeert in Europa en de Verenigde Staten. "Je ontmoet andere kunstenaars en praat met hen over je werk. Die ervaring heeft invloed op je. Je ontdekt dat je niet in isolatie leeft". Larry Otoo is onder invloed van zijn reizen ook abstracte schilderijen gaan maken. Lange tijd waren abstracte schilderijen ongebruikelijk in Ghana. Onder invloed van mondialisering zijn steeds meer kunstenaars in Ghana abstract gaan werken. Bovendien was het tien jaar geleden moeilijk om een abstract werk verkocht te krijgen. Veel van de kunstkopers waren expatriates of toeristen die graag een souvenir met een afbeelding van het "Afrikaanse leven" mee naar huis wilden nemen. Het kleine aantal Ghanezen dat kunstwerken aanschaften, zagen graag een nationalistisch getint werk. Door de opening van de kunstmarkt zijn abstracte werken nu wel in trek.

Kunstenaars hebben meer ruimte gekregen om te experimenteren en zichzelf te verrassen. Vervolgens krijgen zij de werken ook nog verkocht. Zo is opkomend kunstenaar Frank Asomani behoorlijk succesvol met de verwrongen hoofden die hij schildert. Dat was tien jaar geleden nog ondenkbaar geweest. Hopelijk zal de internationale kunstwereld zich steeds verder openen voor deze jonge talentvolle Ghanese kunstenaars.


--

Literatuur:
Fosu, Kojo (1993), 20th Century Art of Africa (herziene versie). Kumasi: Design Press. University of Science and Technology

Svasek, Maruska (1990), Creativiteit, Commercie en Ideologie. Moderne Kunst in Ghana 1900-1990. Ongepubliceerde doctoraalscriptie. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam.

---------------------(1997), "Identity and Style in Ghanaian Artistic Discourse" in Contesting art. Art, Politics and Identity in the Modern world. Edt. Jeremy MacClancy. Oxford:Berg

Woets, Rhoda (2001) De wording en ontwikkeling van het intellectuele kunstregime in Ghana. Ongepubliceerde doctoraalscriptie. Amsterdam: Vrije Universitei


Voetnoten:
i - Adinkrasymbolen staan voor verschillende uitdrukkingen met betrekking tot liefde, hoop, kracht en wijsheid. De ongeveer 80 symbolen worden met stempels van kalebas gedrukt op witte katoenen lappen. Deze stoffen worden gedragen op begrafenissen. Tegenwoordig zijn adinkrasymbolen ook te vinden op schilderijen, vervoersmiddelen, winkels en sieraden. Het meest bekende adinkrasymbool symboliseert de almachtigheid van God.<<

ii - Linguëstisch en cultureel verwante bevolkingsgroepen uit het zuiden en centrum van Ghana. <<

iii - Kentestoffen bestaan uit kleurige geweven banden die aan elkaar worden genaaid. De verschillende dessins hebben hun eigen symboliek. Oorspronkelijk werd Kente gebruikt als kledingstuk voor hoogwaardigheidsbekleders in het rijk van de Ashanti. In de oostelijke Voltaregio wordt kente geweven die minder fel van kleur is. <<