Dak'art 2002: Behoort Afrikaanse kunsthype alweer tot het verleden?
Een impressie
- door Alite Thijsen
De relatie tussen Afrikaanse beeldende kunst en " het westen" is complex. Traditionele rituele beelden uit Afrika worden van hun betekenis ontdaan en in het westen als kunstobjecten gepresenteerd. Afrikaanse moderne kunst moet voldoen aan de ongeschreven -maar door internationale manifestaties en biënnales gedicteerde- regels. Hoe groot de kloof is blijkt wel als Europese kunstkenners met verbazing constateren dat Afrikanen ook kunst kopen. In dit spectrum neemt de biënnale Dak'art- de grootste hedendaagse beeldende kunst manifestatie in Afrika -een bijzonder plaats in.
Gedachtengoed in ere gehouden
Van 10 mei tot 10 juni 2002 vond Dak'art voor de vijfde opeenvolgende keer plaats in de hoofdstad van Senegal. Een niet geringe prestatie op een continent waar politieke stabiliteit niet tot de dagelijkse verworvenheden behoort. Africus-de Biënnale van Johannesburg -waarvan de laatste editie de proeve van bekwaamheid was van Okwui Enwezor- is helaas voor onbepaalde tijd in de wacht gezet wegens het ontbreken van politieke wil, benodigde financiën en grote schulden.

De politieke machtswisseling in Senegal heeft de organisatie en de directie van Dak'art ingrijpend gewijzigd waardoor de bezoeker af en toe het gevoel krijgt dat het wiel opnieuw moet worden uitgevonden. Deze veranderingen vormen echter geen bedreiging voor het voortbestaan van Dak'art. De politieke wil en financiën zijn in Senegal in voldoende mate aanwezig. Het gedachtegoed van Leopold Senghor de onlangs overleden dichter, grondlegger van de Negritude en eerste president van Senegal, wordt in ere gehouden. De helft van de kosten worden opgebracht door de Senegalese regering. Het totale budget van Dak'art staat nog steeds in schril contrast met gelijksoortige manifestaties in de rest van de wereld.
Selectie
Het unieke van Dak'art is dat de selectie niet bepaald wordt door één curator. Afrikaanse kunstenaars kunnen hun documentatiemateriaal opsturen naar het hoofdkantoor in Dakar waarna een internationaal gezelschap, het zogenaamde conseil scientifique (wetenschappelijk comité), een keuze maakt uit het ingezonden werk.

Naast voordelen heeft deze werkwijze ook beperkingen. Internationaal gerenommeerde Afrikaanse kunstenaars sturen hun werk zelden op naar Dak'art waardoor de biënnale vooral interessant is voor beginnende kunstenaars. Dak'art is voor veel Afrikaanse kunstenaars van wezenlijk belang geweest voor hun internationale doorbraak omdat het één van de weinige mogelijkheden is om internationaal voor het voetlicht te treden. De bekendheid met de procedure laat echter te wensen over. Verbetering van de internationale infrastructuur en de PR zijn dan ook van wezenlijk belang voor de toekomst. Was Dak'art in het verleden vooral een Francofone aangelegenheid, nu wordt er duidelijk contact gezocht met Engelstalig Afrika. De koloniale erfenis laat echter nog steeds belangrijke sporen na.

De kunstenaars zenden vijf dia's in waaruit de jury één werk selecteert. Het bezwaar daarvan is dat een werk niet altijd representatief is voor de kunstenaar en slechts een beperkte indruk van het oeuvre geeft. Helaas biedt de catalogus geen uitkomst omdat hierin slechts de namen van de kunstenaars en afbeeldingen van het tentoongestelde werk staan. De afzonderlijke kunstenaars zouden gebaat zijn met een korte omschrijving van hun oeuvre en c.v. in de catalogus.

De samenstelling van het wetenschappelijk comité is van wezenlijk belang voor de toekomst en de internationale status van Dak'art. De onafhankelijkheid moet worden gewaarborgd en de leden moeten voldoende connecties en invloed in het kunstcircus hebben om Dak'art en de Afrikaanse kunstenaars op de internationale agenda te plaatsen. Door de wijze waarop de kunstenaars worden geselecteerd is Dak'art altijd een verrassing. Er zijn immers weinig bekende namen uit het internationale biënnale circuit, waardoor de kans op nieuwe ontdekkingen groot is. Jammer genoeg lieten curatoren en tentoonstellingsmakers het massaal afweten.
Divers aanbod
Behoort de Afrikaanse kunsthype in de proloog op de Documenta in Kassel alweer tot het verleden? Dat het Westen wel onderdeel uit maakt van de belevingswereld van veel Afrikaanse kunstenaars blijkt uit het werk op de internationale tentoonstelling die dit jaar op het beursterrein aan de rand van de stad plaatsvindt. Een houten kiosk waar je harde valuta kunt omwisselen voor Biënnale geld is een van de vele kunstwerken buiten de competitie. Enkele meters verder staat een installatie van de Nigeriaanse kunstenaar Emeka Udemba, World White Wall. Een houten frame met witte stof symboliseert de toegangspoort tot het Westen. In de linkergedeelte van het frame groeien rozen en luidt het opschrift 'US and EU Citizens', het rechterpad is bedekt met scherpe voorwerpen en hier luidt het opschrift 'Others'. Het werk voegt niets toe aan de verbeelding en mist daardoor de kracht de toeschouwer te overtuigen. Bij binnenkomst in het beurs gebouw word je opgewacht door een houten en metalen militie van de Ivoriaanse kunstenaar Yacouba Toure. Ook het fotowerk la Lecture van de Senegalees Ousmane Ndiaye Dago fascineert. In een chaotische setting ligt een man zeer ontspannen de Paris Match te lezen waarvan de titel Guerre is en de ondertitel Septembre 11 bedraagt. Even verderop zijn de installaties van de Beninese kunstenaar Dominique Zinkpe te zien, een van de prijswinnaars Malgre Tout is een draadfiguur op een metalen bed, omringt door talrijke infusen met daarop labels van de verschillende ontwikkelingsorganisaties. In de optiek van Zinkpe staat het draadfiguur voor het failliet van de ontwikkelingshulp.

Het leuke van Dak'art is dat het aanbod heel divers is. Zo zijn er naast politiek geëngageerde kunstwerken ook veel schilderijen te zien waarbij de invloed van de Ecole de Paris nog steeds sterk aanwezig is. Het uitgebreide Dakar-Off programma in en rond Dakar waar ook veel schilderkunst te zien is, vormt een welkome aanvulling op het hoofdprogramma. Veel kunst uit Marokko: goede diplomatieke en handelsbetrekkingen zijn hier waarschijnlijk debet aan. Zoals ook in voorgaande jaren was de bijdrage uit Marokko verrassend. Geen politieke statements maar ingetogen werk waarbij het subtiele gebruik van materie op de voorgrond treedt. Op een witte muur een bijna onzichtbare installatie van katoenen watten en naalden van Erruas Safaa. Ook het werk van de Egyptische kunstenaar Moataz Nasr wordt bepaald door beeld en geur herinneringen. Gezichten weerspiegeld in water verdwijnen door de brute kracht van datzelfde H20 terwijl een penetrante parfumlucht de ruimte beheerst. Een van de meest intrigerende werken op de tentoonstelling vond ik het fotowerk van de Nigeriaanse kunstenares Otobong Edet Nkanga. Twee voetzolen met daarop een in wit getekend voetbalveld. Rechts van het fotowerk is in een hoek een klein omgrensd doel van gips waar te nemen. Dit werk blijkt een onderdeel te zijn van een actie door Otobong Edet Nkanga in het zuiden van Frankrijk waarbij zij tijdens een wedstrijd als speler deeluitmaakte van twee elftallen die elkaars tegenpartij waren. De presentatie op Dak'art doet geen recht aan het fascinerende en complexe oeuvre van deze jonge Nigeriaanse kunstenares.
Kunstpausen
Als aanvulling op deze centrale expositie werden een drietal kunstpausen uitgenodigd om op persoonlijke titel een expositie samen te stellen. Dit jaar waren dat Ery Camara, Bruno Cora en N'gone Fall. Kunstenaars uit de Afrikaanse diaspora - Jose Angel Vincench uit Cuba, Mushana Ali uit USA en Mario Lewis uit Trinidad Tobago - vormden het uitgangspunt van Ery Camara's presentatie waarbij herinnering, achter gebleven indrukken en interactie overkoepeldende thema's waren. Het werk van Jose Angel Vincench had als uitgangspunt de Santeria, een AfroCubaanse godsdienst met wortels in zowel de Nigeriaanse Yoruba cultuur als het katholicisme. Hij bevriest letterlijk zijn foto's en door het omhulsel van ijs beschermt hij de beelden tijdelijk tegen de vergankelijkheid om vervolgens aangetast door chemische processen in een andere vorm aan ons te verschijnen. De ronde traditionele Afrikaanse architectuur is de basis van de " the room of return" waarin Ery Camara Afrikanen en Afro-Amerikanen tot een gesprek uitnodigt. De aan elkaar tegengestelde openingen symboliseren Afrika en Amerika en op de wanden kan de discussie in schrift of beeld door de bezoeker worden voortgezet.
Bruno Cora presenteerde in het prachtig gelegen voormalige Paleis van Justitie en het toekomstige museum van Moderne kunst het werk van Jannis Kounellis, Franz West en Jaume Plensa. Een gemiste kans in een intrigerende omgeving waar de oude justitiële dossiers voor het oprapen lagen. Kounellis werk bestond uit jutezakken met granen volgens de tekst in de catalogus 'geïnspireerd door geuren en kleuren van Afrikaanse de markt'.Het totale gebrek aan interesse straalde ervan af. Franz West beschilderde stoelen met corresponderende kleurvlakken waarbij opvallend was dat de bezoekers niet de vrijheid namen om de stoelen buiten het territorium te plaatsen.
De presentatie van Jaume Plensa -een installatie van water, teilen en witte maskers- liet gelukkig wel enige ruimte voor verbeelding. Dit illustere gezelschap van grootheden had hun assistenten opdracht gegeven en niet de moeite genomen het werk op te bouwen of tijdens de opening aanwezig te zijn. Je vraagt je af welke meerwaarde een dergelijke kostbare expositie voor Dak'art heeft. Dat het ook anders kan, bewees Wiliam Kentridge tijdens de vorige editie toen hij gedurende een week een masterclass aan jonge Afrikaanse kunstenaars gaf. De presentatie van de workshop was vol belofte en vitaliteit.
De presentatie van N'gone Fall had de Afrikaanse identiteit als uitgangspunt: zijn Afrikaanse kunstenaars die in Europa wonen Afrikaan-Europeaan of Wereldburger? De video van de Belgische-Burundees-Burundese-Belg en -volgens eigen zeggen wereldburger- Aime Ntakiyica had als onderwerp de overlevering van klein Afrika in de Brusselse wijk-Matonge. De houtsculpturen van de Malinese kunstenaar Amahiguere Dolo fascineerden door hun amorfe en tijdloze karakter. Volgens de kunstenaar zijn houten sculpturen in zijn cultuur de schakel tussen god en de maatschappij. Helaas waren niet alle sculpturen aangekomen en op de lege blokken had de kunstenaar de ontbrekende beelden nagetekend wat de presentatie een bijzondere dimensie gaf.

Naast deze tentoonstellingen was er een overvol Dakar-Off programma, een expositie met Afrikaanse moderne toegepaste kunst, lezingen en een programma voor Afrikaanse journalisten die artikelen schreven voor het dagelijkse biënnale magazine.

Als kennismaking met Afrikaanse kunst blijft Dak'art zeer de moeite waard nog afgezien van de stimulans voor Afrikaanse kunstenaars en het kunstklimaat in Senegal. De vraag is of Cices, het beursterrein aan de rand van de stad, een geschikte locatie is om vooral deze laatste doelstellingen te realiseren. Een centraal gelegen locatie en projecten in de wijken zouden de participatie van de bevolking vergroten. Dat de belangstelling aanwezig is bleek wel uit het Taxi Brousse project van Dominique Zinkpe dat deel uitmaakte van Dakart-off. Aan dit project heeft Dominique de afgelopen jaren in Benin, Niger en Senegal gewerkt. Gezamenlijk werden de taxi's, door Zinkpe gemaakte passagiers en video's tentoongesteld op een plein in het centrum van Dakar. Het bleek een feest van herkenning voor het publiek.



--
Postscript:
Alite Thijsen is beeldend kunstenaar en jurist, afgestudeerd op politieke ontwikkelingen in relatie tot het formele rechtsstelsel in Burkina Faso. Zij verblijft regelmatig in Afrika om er met andere kunstenaars samen te werken en publiceert regelmatig over kunst en cultuur in Afrika.