'Mijn antennes werken wereldwijd'
Interview met Okwui Enwezor
- door Rutger Pontzen
De Nigeriaanse dichter en kunstcriticus Okwui Enwezor is directeur van de elfde Documenta in Kassel. Onder zijn leiding wordt die kunstmanifestatie meer dan ooit een wereldtentoonstelling. 'Ik word niet iedere ochtend wakker met het idee: god, ik ben de eerste niet-westerse, nomadische diasporadirecteur van de Documenta.'

In de glazen Documenta Halle saust een eenzame schilder een wandje paars. En voor het Fridericianum, het museum aan het Friedrichsplatz, staat een bestelbusje. Niemand die het uitlaadt. Kassel, drie weken voor de opening van de grootste en belangrijkste expositie ter wereld, ziet eruit als in de vijf tussenliggende jaren. Op Luc Tuymans na, is er geen kunstenaar te bekennen. De Belg drinkt op een terras een biertje met zijn assistenten.

Zelfs in het perscentrum is haast niemand te bekennen. Zouden ze wel beseffen dat over een paar weken de stad overspoeld wordt door duizenden kunstliefhebbers uit alle delen van de wereld? Want dat de komende Documenta meer publiek zal trekken dan ooit staat wel vast. Verantwoordelijk daarvoor is één man: Okwui Enwezor. De Nigeriaanse dichter en kunstcriticus werd twee jaar geleden gevraagd artistiek directeur van de Documenta te worden. En met de keuze voor Enwezor, als eerste niet-Europeaan, stond ook bij voorbaat de omvang van de tentoonstelling vast. Die wordt gigantisch. Aan de rand van de stad is er zelfs een nieuwe lokatie voor gehuurd: een gerenoveerde bierbrouwerij. Het budget is verhoogd tot ruim elf miljoen euro, twintig procent meer dan het vorige. Er zijn honderdzestien kunstenaars uitgenodigd, uit maar liefst achtenveertig landen, verdeeld over de hele wereld, waaronder acht uit Afrika: Nigeria, Marokko, Kongo, Ivoorkust, Benin, Oeganda, Senegal en Zuid-Afrika. Een unicum.

U wordt gezien als de ambassadeur van het globalisme.
Enwezor, voor de gelegenheid gekleed in een zwart, getailleerd tuinierspak met rode halsdoek, moet er hartelijk om lachen. 'Het ligt er maar aan wie mij als zodanig bestempelt. Ik ben gewoon de directeur van de elfde Documenta. En daarvoor heb ik van het bestuur een duidelijk mandaat gekregen: om op zoek te gaan naar kunstactiviteiten die de moeite waard zijn om te tonen. Dat ik daardoor de ambassadeur van de mondiale kunst ben, so be it. Zelf zie ik dat niet zo.'Valse bescheidenheid of een bewuste poging om low profile te blijven? In menig interview bestempelde Enwezor (1962) zichzelf als 'wereldburger'. Hij groeide op in Nigeria, verhuisde op zijn negentiende naar New York en leerde het vak van curator niet uit boeken, maar door bevriende kunstenaars en intellectuelen - 'bij toeval' - en ontdekte het grote hiaat in de kunstgeschiedenis: het ontbreken van een werkelijke waardering voor niet-westerse kunst. Reden waarom hij zich de afgelopen jaren opwierp als de grote voorvechter van met name Afrikaanse kunst. Enwezor is medeoprichter van de Journal of Contemporary African Art, organiseerde in 1996 een tentoonstelling over veertig jaar Afrikaanse fotografie (in het Guggenheim Museum) en was een jaar later directeur van de Tweede Johannesburg BiŽnnale. De timing waarmee Enwezor zich in de mondiale discussie stortte, wekte verbazing. Het leverde hem in een Zuid-Afrikaans weekblad de typering op van 'esu ulegba': iemand met een sluw inzicht. Een opportunist die met alle modes mee waait. Zelf ziet Enwezor het positiever: 'Ik heb voelsprieten als een insect, ik heb geavanceerde antennes die ik wereldwijd richt.'

Waarom bent u uit Nigeria vertrokken?
'Ik groeide op tijdens de burgeroorlog, zoals zovelen in het oosten van Nigeria. Merkwaardigerwijs leefde er ook een opwinding voor de toekomst. We hadden onze eigen grondstoffen. Er was hoop. Tegelijkertijd was het intellectuele kader verdwenen. Schrijvers en kunstenaars, de hele intelligentsia was weggetrokken of vermoord. Alles was gemarginaliseerd. Ik ben naar New York gegaan om politicologie en literatuur te studeren. Geen kunstgeschiedenis. Kunsthistorici zijn de slechtste tentoonstellingsmakers. En er zijn er te veel van. Maar in New York ontdekte ik dat het daar net zo provinciaal was. Ze hadden geen notie van "de andere kant". Natuurlijk kon ik er wel mijn horizon verbreden, omdat ik deel uitmaakte van de grote intellectuele wereld. Dat wilde ik juist, want ik was ook weggegaan om uiteindelijk weer naar Nigeria terug te keren en iets bij te dragen aan de opbouw van mijn land. Door het idee van globalisme is die noodzaak minder geworden. Het maakt tegenwoordig niet zoveel meer uit waar je woont.' Om aan het recente, postkoloniale verleden weer een stem te geven, organiseerde Enwezor vorig jaar The Short Century. De tentoonstelling behandelde de periode 1945-1994, van het begin van de dekolonialisatie tot aan de verkiezing van Mandela als president van Zuid-Afrika.

Was die tentoonstelling een proefballon voor de komende Documenta?
'Nee, The Short Century had als uitgangspunt de bevrijdingsoorlogen op het Afrikaanse continent en de gevolgen daarvan. De Documenta is hoogstens postnationalistisch van opzet'.

U bent de eerste Afro-Amerikaanse directeur. Wilt u de kunstwereld eens laten zien dat de kunst geen typische Europese uitvinding is?
'Nee, zo arrogant ben ik niet. Ik heb een Amerikaans paspoort, maar cultureel voel ik me nog steeds met Afrika verbonden. Maar ik word niet iedere ochtend wakker met het idee: god, ik ben de eerste niet-westerse, nomadische diasporadirecteur van de Documenta. Wél dat ik mijn tijd zo goed mogelijk moet laten zien.'

Maar u bent nu toch in de gelegenheid om de emancipatie van Afrikaanse kunst te voltooien?
'Dat is nooit mijn bedoeling geweest. Het gaat niet om westerse en niet-westerse kunst, of om het postkoloniale gelijk te krijgen. Ik wil niemand de les lezen. De Documenta's zijn door de jaren heen erg veranderd, vanaf het begin in 1955 tot nu toe. Maar ik zie mezelf niet anders dan de vorige directeuren. Je kunt van Rudi Fuchs ook niet zeggen dat hij een voorkeur had voor Nederlandse kunstenaars. Of dat Jan Hoet een speciaal oog had voor Belgen, Catherine David voor Franse kunstenaars en Harold Szeemann voor Zwitsers. Zo geldt dat ook voor mij. De Afrikaanse kunst op deze Documenta is niet oververtegenwoordigd.'

In de aanloop van de Documenta-tentoonstelling organiseerde Enwezor het afgelopen jaar, met zijn staf van vijf medewerkers, vier discussieronden -platforms - in Laos, Berlijn, Wenen en Saint Lucia. Kritiek op zijn plannen barstte meteen los: ze zouden te theoretisch, te vaag en te groots zijn. Kunst die zich zou moeten bezighouden met politiek, maatschappelijke misstanden en urbane ontwikkelingen - het was natuurlijk prachtig en het klonk lekker, maar was het niet iets te veel van het goede? Wie het verslag van die platforms probeert door te nemen, krijgt een beeld van de opzet. En die is inderdaad behoorlijk omvangrijk. Een kleine greep uit de gebruikte terminologie wijst op uiteenlopende onderwerpen als: postkolonialiteit, entropie, interzones, cultureel zelfbewustzijn en identificatie. Maar de meest terugkerende slogan in deze woordenbrij is het idee van de 'geografie van de cultuur'. Het is eigenlijk een oud thema: de gebondenheid van plaats, kunstenaar en kunst. Rudi Fuchs mocht er bijvoorbeeld altijd al graag over praten. Over hoezeer het werk van Baselitz Duits is, en alleen maar Duits kan zijn. Dat het werk van Rainer vanwege Freud alleen in Wenen gemaakt had kunnen worden. Het enige verschil met Enwezor is, dat hij de 'geografie van de verbeelding' tot mondiale proporties heeft opgerekt. 'Maar die geografische gebondenheid is heel reŽel,' verzekert Enwezor. 'We hebben ons niet tevreden gesteld met een virtueel beeld van de wereld. De groep van kunstenaars die we hebben gekozen is zo divers juist omdat we ook echt de wereld hebben rondgereisd. Het is heel gemakkelijk om vanuit Londen of New York te zeggen dat de kunst hetzelfde is gebleven of niet. Maar wij hebben ons laten informeren in Beiroet en Teheran. Met die vier platformdiscussies hebben we willen laten zien dat Kassel niet langer het middelpunt van de Documenta is.'

U wilt dus meer aandacht voor kunst uit de periferie?
'Dat ook weer niet. Lange tijd is er de discussie geweest wat de kunst uit de periferie is. Er ontstond aandacht voor van alles wat er in de buitengebieden gemaakt werd. Ik geloof daar niet in. Er is misschien geen centraal idee meer wat kunst precies is, maar wat kunstenaars en andere intellectuelen doen ontstaat in grote steden, niet daarbuiten.'

Toch hebt u gekozen voor 'airport artists' die nergens een vaste woonplaats hebben.
'Zo zou ik ze helemaal niet willen noemen. Ik ben ook helemaal tegen het idee van het nomadische in de kunst. Het idee dat grenzen niet meer bestaan, hang ik niet aan. Ik merkte dat toen ik een paar jaar geleden de biŽnnale in Johannesburg aan het voorbereiden was en werd uitgenodigd voor een tentoonstelling in ItaliŽ. Op het Italiaanse consulaat in New York werd mij toen een visum geweigerd, hoewel ik al een Amerikaans paspoort had. Daar stond ik: de zogenaamde belichaming van het globalisme en open grenzen.' Hoe pragmatisch is de hedendaagse kunstenaar die de politiek, het multiculturele vraagstuk of allerlei economische misstanden tot onderwerp heeft, zoals bijvoorbeeld de Amerikaanse fotograaf Allan Sekula? Sekula fotografeert al jaren havens over de hele wereld, waar arbeiders in staking zijn vanwege ongelijke arbeidsverhoudingen, onderbetaling en slechte werkcondities. Enkele jaren geleden confronteerde een inwoner uit Glasgow hem, tijdens een discussiemiddag in Rotterdam, nog met het verwijt dat zijn engagement wel heel vrijblijvend was: Sekula reisde van hot naar haar om overal zijn vermanende vingertje op te steken, maar wat leverde het nou allemaal op?Enwezor: 'Zo'n verwijt is totaal onterecht. Sekula's documentaire foto's gaan over meer dan Glasgow alleen. Zijn aanpak is breder. Het gaat over de globale commercie. Hij wil een beeldende analyse, een visueel essay geven van wat er in de havens all over the world gebeurt, van Singapore tot Manchester en van Liverpool tot Los Angeles.'

U heeft meer utopistische kunstenaars uitgenodigd, zoals 'onze' Constant Nieuwenhuys, met zijn New Babylon-project.
'Het gaat er in de kunst niet om oplossingen te geven. De Documenta wordt dan ook geen tentoonstelling van visuele eindproducten. Het zal een diagnostische expositie worden; een interdisciplinair onderzoek zonder conclusies. Alles is in een constante verandering en wij proberen ons daarbij aan te sluiten.' Hoe Enwezor denkt dat het publiek deze uitgangspunten zal begrijpen, blijft onduidelijk. De wereldkunst - in voltooide eindproducten of theoretische halffabrikaten - heeft tegenwoordig zoveel gezichten, dat het bijna ondenkbaar is dat de bezoekers van de Documenta het zullen herkennen, laat staan weten te waarderen'.

Wordt uw Documenta niet de zoveelste 'wereldtentoonstelling'?
'Het is misschien wel een overzicht, maar dan wel een van kķnstwerken. We hebben de meest uiteenlopende disciplines bij elkaar gebracht: zowel schilderijen, beelden en foto's als film, architectuur, video en de nieuwe media.'

Kan het publiek dat allemaal nog wel volgen?
'God verhoede dat er alleen maar ingewijden zullen komen. Natuurlijk is de kunst erg complex, maar er zijn gelukkig nog veel mensen in geïnteresseerd, die zich niet laten afschrikken door het pessimisme dat in de kunstwereld leeft. Wij willen laten zien dat de kunst vitaal is, een relatie heeft tot de populaire cultuur, maar niet gebonden is aan het kapitalisme."



Postscript:
Dit interview verscheen in Vrij Nederland op 8 juni 2002